Dit boek gaat verder dan elk eerder verschenen yoga-anatomieboek, en is daarmee een leidraad voor iedere yogabeoefenaar. Het kijkt niet alleen naar de unieke anatomische structuren van het lichaam en wat die betekenen voor ieders individuele bewegingsbereik, maar onderzoekt ook de fysiologische bronnen van bewegingsbeperkingen.
Het eerste deel behandelt de aard van spieren, fascia, pezen, ligamenten, gewrichtscapsules, botten en extracellulaire matrix, en hoe deze bijdragen aan mobiliteit. De vorm van deze structuren bepaalt ons individuele, ultieme bewegingsbereik, wat betekent dat niet elk lichaam elke yogahouding kan doen. De gebruiker zal ontdekken waar zijn of haar grenzen liggen, en krijgt inzicht in welke houdingen helend en ondersteunend zijn, en welke houdingen juist niet.
